De anatomie van de beha en al zijn delen | Miss Mary of Sweden
Overslaan en naar de inhoud gaan
Refunded Returns

De anatomie van de beha en al zijn delen

Vleugel, apex en leotard-rug. Wist u dat als u een beha uit elkaar haalt, deze uit ongeveer 35 delen bestaat en wel 60 naden heeft – alle met hun eigen functie. De cup en de schouderbandjes zijn misschien het bekendst, maar kent u ook de overige delen van de beha en waar ze voor dienen? Hier volgt de anatomie van de beha.

 

1. Bovenste cuphelft, soms ook wel bovencup genoemd. De bovencup helpt om de buste te vormen en helpt ook om de buste met behulp van de schouderbandjes tegen het lichaam aan te houden. Als de bovencup is gemaakt van elastisch materiaal zoals bijvoorbeeld kant met stretch, past de cup zich vaak aan uw buste aan en geeft wat meer maatflexibiliteit, wat goed is voor wie bijvoorbeeld borsten van verschillende grootte heeft. Soms is aan de binnenkant langs de bovenrand van cups met elastische kant een dunne siliconeband aangebracht. Daardoor is de cup vormvast en blijft hij op zijn plaats.

2. Onderste cuphelft, soms ook ondercup genoemd. De ondercup tilt de borst op en is een belangrijk onderdeel van de steun die een cup geeft. Soms kan de ondercup zijn versterkt met voering of wattering. Een ondercup die is gemaakt van stijf materiaal geeft een betere lifting dan een cup van elastisch materiaal.

3. Cupzijde. Langs de cupzijde is eventueel zijsteun aangebracht. De cupzijde zorgt dat de buste naar voren en naar het midden wordt gericht. Als de cup is voorzien van zijsteun helpt dit om uw buste te centreren zodat hij zich niet in de richting van de oksels verplaatst.

4. Zijnaad. Op sommige beha’s kan de zijnaad zijn versterkt met een zijbalein. Afhankelijk van de constructie is er vaak geen zijnaad aanwezig. In plaats daarvan zijn de zijde en de rug uit één stuk gemaakt en vormen een zogenaamde vleugel.

5. Vleugel. Een meer gebruikte naam van dit deel is zijde/rug.

6. Rug. De rug van de beha en hoe hij rondom het lichaam zit is verantwoordelijk voor de meeste steun die de beha geeft, meer dan de cups zelf. De rug is elastisch waardoor het prettig voelt om de beha te dragen. De rug moet steun geven en zich tegelijk aan het lichaam aanpassen. De ruggen worden gemaakt van veel verschillende materialen met verschillende graden van elasticiteit en vormvastheid en kunnen daarom verschillende lengtes hebben als je twee verschillende beha’s vergelijkt, ook al hebben ze dezelfde maat.

Ruggen kunnen op verschillende manieren gesneden zijn, zie de figuren hieronder. Van links naar rechts: rechte rug, U-vormige rug en halterrug. De laatste wordt ook wel T-rug of racer back genoemd.

7. Leotard-rug betekent dat de schouderbandjes helemaal doorlopen tot aan de haak- & oogluiting van de beha.

8. Middendeel, of met de Engelse naam center gore. Het middendeel kan verschillend van hoogte zijn, afhankelijk van de constructie van de beha. Soms is het groter dan in de figuur maar het kan ook klein zijn als de beha diep is uitgesneden en er geen stof onder de beugel is aangebracht. Op sommige beha’s heeft het middendeel ook een verticale middennaad, afhankeljk van de snijding.

9. Verhoogde onderrand. Op sommige beha’s, meestal met beugel, is de onderrand van de beha midden voor gesneden met een ronding of een V-vorm. Dit geeft meer comfort bij het zitten of als je een hoge buik hebt. Het maakt ook dat de beugel echt vlak op het borstbeen kan liggen zodat hij optimale steun aan de buste geeft.

10. Beugel, als de beha een beugel heeft. De beugelband is het kanaal waarin de beugel is ingenaaid. Er zijn beha’s die alleen een beugelband hebben maar waarin geen beugel is aangebracht.

11. Cupnaden. Cups zijn er met allerlei verschillende constructies en snijdingen. Ze bestaan meestal uit 2 of 3 delen maar het kunnen er ook meer zijn. De naden kunnen verticaal, horizontaal, diagonaal, recht of gebogen zijn, of een combinatie hiervan.  Een voorgevormde cup heeft geen naden en bestaat uit slechts één deel.

12. Ring en gesp voor verstelbare schouderbandjes. Deze kunnen op sommige beha-modellen ook aan de voorkant zitten, maar meestal zijn de schouderbandjes verstelbaar op de rug omdat het schouderbandje daar lager geplaatst is en meer flexibiliteit biedt. Het nadeel van voor verstelbare schouderbandjes kan zijn dat de gesp soms midden op de schouder terecht kan komen, afhankelijk van hoe los of hoe hard u het bandje moet aantrekken en hoe lang u bent.

13. Apex. Het gedeelte van een beha waar het schouderbandje met de cup is verbonden.

14. Oksel. Deze kan op verschillende hoogten gesneden zijn, afhankelijk van het beha-model.

15. Decolleté. Dit is eigenlijk geen deel van de beha maar het gebied van uw lichaam boven de buste. Een beha bepaalt hoe het decolleté eruit ziet, afhankelijk van hoe hij de buste optilt of steunt.

16. Cradle. Het deel aan de voorzijde dat zich onder en rondom de cups bevindt. Omdat het woord ”cradle” In het Nederlands niet vaak gebruikt wordt, gebruikt men verschillende andere namen zoals ”voorstuk” of ”onder de buste”.

17. Bandmaat is de volledige lengte van de beha, dat wil zeggen de omtrek rondom het hele lichaam. Dit wordt vaak ook omvang of omtrek genoemd, maar de correcte naam is bandmaat.

18. Verstelbare haak- & oogsluiting. Meestal is deze in drie stappen in de breedte verstelbaar. De hoogte kan variëren. Als wordt gesproken over hoe breed een rug is, wordt vaak bedoeld hoeveel haakjes en oogjes er boven elkaar aanwezig zijn.

19. Schouderband. Deze kan variëren in breedte, afhankelijk van het model beha. Er zijn schouderbandjes met en zonder stretch, met en zonder wattering. De meeste zijn achter verstelbaar maar er zijn ook bandjes die je aan de voorkant kunt verstellen. Verder zijn er nog niet-verstelbare schouderbandjes.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.